Bovenbouwvakken

Nederlands

Vanaf klas 4 bereid je je voor op het examen. Bij het vak Nederlands houd je je bezig met het lezen van literatuur, het beargumenteren van je mening en het lezen en schrijven van zakelijke teksten: vaardigheden die bij iedere studie en iedere carrière van belang zijn. Literatuur heb je onder andere nodig om analytisch te leren denken en om je in te leren leven in andere personen. biOver je gelezen boeken houd je in je examenjaar een mondeling, waarin je met je docent Nederlands in gesprek gaat over literatuur. Naast literatuur leer je bij Nederlands op verschillende manieren je mening onder woorden te brengen, dat noem je argumenteren. Belangrijk, want hoe kun je er nu voor zorgen dat anderen het met je eens zijn? Dat leer je door te debatteren, discussiëren of het schrijven van een betoog. Naast een betoog leer je ook andere zakelijke teksten schrijven, zodat je je schriftelijk op een serieuze en begrijpelijke manier kunt presenteren. Ook zullen we aan de slag gaan met het lezen van langere teksten, zodat je iedere tekst leert begrijpen, die je weer kunt gebruiken voor bijvoorbeeld je profielwerkstukonderzoek. Kortom, de vaardigheden die je bij Nederlands opdoet, komen bij ieder vak, iedere studie en iedere carrière weer van pas.

Je werkt aan vaardigheden die bij iedere studie en iedere carrière van belang zijn.

 

Engels

Het vak Engels is voor alle niveaus verplicht. De vmbo-t-leerlingen gaan zich in leerjaar 4 voorbereiden op het examen. In het Centraal Examen zit leesvaardigheid en schrijfvaardigheid, de andere vaardigheden worden getoetst in het schoolexamen. Voor havo en vwo is Engels een kernvak. Dat betekent dat er op het examen niet lager dan een 5 gescoord mag worden. In de voorexamenjaren ga je je vaardigheden op peil brengen zodat je goed voorbereid je examenjaar ingaat. Het Centraal Examen voor havo en vwo bestaat alleen uit leesvaardigheid. In de examenklassen wordt per periode gefocust op een of twee vaardigheden, die dan met een schoolexamen worden afgesloten. De schoolexamens kun je terugvinden in de PTA’s, die op de website staan.

 

Duits

In de bovenbouw, zit je met leerlingen met hetzelfde niveau in een klas. Duits is een keuzevak en wordt op alle niveaus aangeboden, van TL t/m VWO. Je bereidt je met name voor op het (school) examen en werk je volgens het PTA. Iedere periode wordt afgesloten met 1 of 2 schoolexamens. Alle vaardigheden (lees-, kijk en luister-, schrijf-, spreek- en gespreksvaardigheid) en literatuur komen aan bod en worden getoetst. In de bovenbouw wordt er ook gewerkt aan thema’s, deze opdrachten zijn voor het ‘handelingsdeel’ en tellen mee. In december gaat klas 4 een dagje naar het stadje Oldenburg. We naar de bioscoop en daarna brengen we een bezoek aan de gezellige kerstmarkt.

 

Frans

Je kunt op !mpulse op alle niveaus examen doen voor Frans. Voor zowel vmbo-t, havo als vwo geldt dat je 4 schoolexamens moet maken: Schrijfvaardigheid, Kijk –en Luistervaardigheid, Literatuur en Spreekvaardigheid. Het eindexamen bestaat alleen uit Leesvaardigheid.

Per periode ligt het accent op één van deze vaardigheden, je oefent de vaardigheden mbv een lesmethode en digitaal lesmateriaal. In de bovenbouw heb je zelf veel invloed op wat er tijdens de les behandeld en besproken wordt. Tijdens de lessen wordt veel gebruik gemaakt van actueel, “levensecht” materiaal; we kijken en luisteren naar filmpjes van You Tube, sketches van Franse cabaretiers, Franse reclames, Franse liedjes, Franse nieuwsberichten enz. enz. Om de taal goed te leren, zul je de Fransen en hun cultuur ook een beetje moeten leren begrijpen en dat leer je natuurlijk niet alleen uit boeken…

On ne voit bien qu’avec le coeur. L’essentiel est invisible pour les yeux…

 

Wiskunde

DSC_0071 (Medium)Wiskunde in de bovenbouw is zeer divers. Voor havo/vwo liggen de onderwerpen zelfs zo ver uit elkaar dat er twee soorten wiskunde zijn. Wiskunde A voor de economische/sociale kant en wiskunde B voor de exacte/technische kant. Wiskunde legt in de bovenbouw de basis voor je vervolgopleiding. Vooral bij veel technische opleidingen is het verplicht om wiskunde (B) te hebben. Op het vwo is het sowieso verplicht om wiskunde te kiezen. Bij havo en vmbo-t kun je het eventueel laten vallen.

Wiskunde bij vmbo-t

Wiskunde bij vmbo-t biedt je een brede basis voor het mbo. Je gaat aan de slag met diverse onderwerpen:

Daarnaast ga je ook kijken wat wiskunde in het beroepenveld voor rol heeft. Waar heb je wiskunde nou voor nodig?

Wiskunde A (h/v)

Wiskunde A biedt een brede basis voor economische en sociale opleidingen. Je gaat vooral veel aan de slag met statistiek, functies en grafieken. Je moet op een wiskundige manier het verband tussen bijvoorbeeld vraag en aanbod weer kunnen geven. Wiskunde A sluit goed aan bij de profielen Cultuur & Maatschappij en Economie & Maatschappij. Je kunt wiskunde A ook bij Natuur & Gezondheid kiezen. Als je dat doet, worden de vakken natuurkunde en scheikunde wel moeilijker. Door de grote hoeveelheid statistiek sluit wiskunde A goed aan bij bepaalde gezondheidsstudies.

Wiskunde B (h/v)

DSC_0018Wiskunde B biedt de basis voor een exacte opleiding in bijvoorbeeld de richting techniek of natuur en milieu. Er wordt veel aandacht besteed aan functies, veranderingen, ruimtemeetkunde en algebra. In wiskunde B komt geen statistiek voor. Hoe technischer de opleiding, hoe meer je wiskunde B nodig zult hebben. Wiskunde B sluit goed aan bij de profielen Natuur en Techniek en Natuur en Gezondheid. Wiskunde B komt ook handig van pas als je de vakken scheikunde of natuurkunde hebt. Over het algemeen vinden leerlingen wiskunde B moeilijker dan wiskunde A.

 

Nask (vmbo-t) en Natuurkunde (h/v)

Als nieuwe leerling in de onderbouw krijg je te maken met mens en maatschappij en later ook met mens en natuur. Vooral bij dit vakgebied mens en natuur krijg je te maken (vaak in groepsverband) met biologie, scheikunde en natuurkunde. Je ruikt als het ware wat exacte vakken inhouden en het is voor jou een speurtocht  om te kijken of dit wat voor je is.

In eerste instantie moet je het vooral leuk vinden. Voor het vak natuurkunde worden voor havo- en vmbo-tl-niveau in de bovenbouw meestal klassieke onderwerpen behandeld: wat is elektriciteit, krachtenleer, verschillende energievormen, hoe ontstaan trillingen en hoe kun je eraan rekenen. Ook onderwerpen als verbranden, rendement of het weer komen aan de orde. Op vwo-niveau gaan we naast de klassieke onderwerpen duidelijk de diepte in. Sinds kort gaan we ons ook bezig houden met zeer kleine deeltjes in de kern van een atoom en met sterrenkunde. Dit alles omdat er op deze vakgebieden vele nieuwe ontdekkingen zijn gedaan en nog worden gedaan. Ook staan we uitgebreid stil bij de relativiteitstheorie van de beroemde natuurkundige Einstein. Bij het vak natuurkunde kunnen we niet zonder het vak wiskunde omdat er nu eenmaal veel bij gerekend wordt.

 

Scheikunde (h/v)

ScheikundeWanneer je als leerling in de bovenbouw havo of vwo komt, heb je in de onderbouw natuurwetenschappen gehad in de vorm van Mens en Natuur. Bij natuurwetenschappen werd scheikunde zogenaamd geïntegreerd aangeboden met natuurkunde en biologie. Je hebt in de onderbouw misschien gemerkt dat scheikunde vooral gaat over stoffen en reacties. Bij scheikunde spreek je daarbij een eigen taal. De taal van moleculen, atomen en reactievergelijkingen. Maar scheikunde is veel meer…

In de bovenbouw krijg je scheikunde als apart vak aangeboden. Ook gaat alles sneller, en gaan we dieper op de materie in. Dat betekent dat je alles goed moet bijhouden, omdat je anders al snel een achterstand oploopt. Ook is de stof vaak wat lastiger. Het maken van opgaven is een belangrijk onderdeel van het vak. Hierbij is een flinke portie doorzettingsvermogen onontbeerlijk.

Je zult merken dat er “verschillende soorten scheikunde” bestaan. Soms is scheikunde heel praktisch. Vaak echter blijkt scheikunde ook best een theoretisch vak te zijn. Dat leidt soms tot teleurstellingen, als je dacht dat scheikunde alleen maar “proefjes doen” betekent. Je moet bij scheikunde veel rekenen, ook is het belangrijk dat je abstract kan denken. Dit wil zeggen, dat je je een goede voorstelling moet kunnen maken van dingen die je niet zelf kan zien. Allerlei verschijnselen die worden waargenomen, beschrijven we daarbij in theorieën. Het doorgronden van deze theorieën vormt een belangrijk onderdeel van het vak, en is vaak lastig. Dit alles maakt scheikunde een prachtig, afwisselend en pittig vak.

 

Biologie

BiologieBiologie is de leer van het leven. Het is dan ook niet gek dat je de onderwerpen die bij het vak biologie aan de orde komen, overal om je heen kan zien. Onderwerpen die bijvoorbeeld aan bod komen zijn de evolutie, het milieu, de natuur met al zijn verschillende soorten, gezondheid en sport, voeding en vertering, de functie en werking van de verschillende onderdelen van het menselijk lichaam tot de allerkleinste onderdelen van de biologie zoals bacteriën, cellen en moleculen. Misschien ben je enkele onderwerpen hiervan al tegen bent gekomen in de onderbouw bij het vak Mens en Natuur.

In vergelijking met de onderwerpen uit de onderbouw gaan we in de bovenbouw veel dieper en uitgebreider in op de verschillende onderwerpen. Hierdoor wordt  er naast veel nieuwe kennis dus ook om meer begrip gevraagd en is alleen het leren van nieuwe woorden niet genoeg.  Dit betekent dat er om veel inzet wordt gevraagd en is het belangrijk om het leerwerk goed bij te houden. Om de theorie en de praktijk te koppelen worden er praktische opdrachten gedaan in de vorm van practica. Hierbij leer je op een natuurwetenschappelijke manier dingen te onderzoeken en dit vast te leggen in een verslag. Hoewel biologie een B-vak is en het volgen van andere B-vakken zoals wiskunde en scheikunde handig kan zijn, is dit niet noodzakelijk. Enige aanleg voor B-vakken maakt dit wel een makkelijker en aantrekkelijker vak.

Aan de breedte en de hoeveelheid van de verschillende onderwerpen kun je misschien al zien dat biologie niet alleen uitermate interessant is, maar ook in heel veel verschillende beroepssectoren terugkomt. Denk hierbij onder andere, maar niet uitsluitend aan onderwijs en wetenschap, zorg en welzijn, sport en voeding, natuur en landbouw.

 

Economie

DSC_0051 (Medium)Of je het nu wilt of niet, je hebt dagelijks te maken met economie. Je wilt soms nog zoveel doen, maar hebt zo weinig tijd, of misschien niet genoeg geld. Of je wilt juist zo weinig mogelijk doen, maar… hoe verdien je dan genoeg geld om van te leven? En dat is nu net waar het vak economie over gaat.

Economie is het vak waarin je bestudeert hoe je talloze behoeften probeert in te vullen met middelen, zoals geld en vrije tijd, die je slechts in beperkte mate hebt. Iedereen loopt daarbij tegen vergelijkbare problemen aan. Ook bedrijven moeten hierin elke dag veel lastige keuzes maken. In een land waarin we met miljoenen mensen en bedrijven samenleven, worden belangrijke keuzes gemaakt waar iedereen mee te maken krijgt. Er is niet voor niets een overheid die probeert ons (economisch) keuzeproces een beetje in goede banen te leiden.

Economie is zo belangrijk dat de kranten er elke dag vol mee staan. Je zult dat ook merken als je voor het eerst economie krijgt. Hoe kiezen wij als consument? Hoe hebben anderen daar vervolgens weer mee te maken? Hoe zorgen we dat de keuze van de een niet ten koste gaat van de ander? Hoe zorgen we ervoor dat bedrijven ons goede producten leveren tegen de juiste prijs? Wat te doen met mensen die arm zijn? Waarom is scholing zo belangrijk? Zomaar wat vragen die we gaan bestuderen tijdens economie.

Economie bij vmbo-t

Economie op het vmbo behandelt de economie waar iedere inwoner van Nederland zelf mee te maken heeft en daarnaast bespreken we ook onderwerpen die je tegenkomt in de nieuwsberichten van alledag.
Enkele voorbeelden:

Brede kennis dus, die inzicht geeft in de economie van Nederland (zowel van de overheid als van het bedrijfsleven) en in de economie bij jou thuis.

Economie bij havo/vwo

Economie op zowel havo als vwo gaat in op vragen als: hoe zorgen we voor voldoende welvaart? Hoe lossen we werkloosheid op? Hoe voorkomen we armoede? Hoe sparen we het milieu? Hoe zorgen we ervoor dat er geen werk naar het buitenland verdwijnt? Wat is de rol van banken? En wat doet de overheid eigenlijk? Allemaal vragen die te maken hebben met het functioneren van een maatschappij en de rol die je als individu in die maatschappij hebt.

Praktisch

Naast lessen waarin je bestudeert hoe het er in de economie aan toe gaat en hoe je daar zelf mee te maken krijgt, zijn er ook diverse praktische opdrachten. In die praktische opdrachten komen actuele zaken aan de orde die je, vaak met behulp van kranten en internet, verder gaat bestuderen. Vaak kun je zo’n praktische opdracht op school of thuis maken, maar soms moet je ook echt op pad om dingen uit te zoeken.

 

Geschiedenis

Waarom was Nederland één van de laatste landen die de slavernij afschafte? En wat was de rol van Duitsland in de twee meest verwoestende oorlogen uit de 20e eeuw?

Over deze en heel veel andere vragen ga je nadenken als je geschiedenis volgt in de bovenbouw van !mpulse. Op het vmbo-t kun je geschiedenis kiezen als eindexamenvak en op havo- en vwo-niveau is geschiedenis onderdeel van het profiel Cultuur & Maatschappij of Economie & Maatschappij.

Tijdens jaar 4 van het vmbo-t ontwikkel je een historisch overzicht van 1900 tot nu. Op havo- en vwo-niveau ga je aan de hand van kenmerkende aspecten na wat belangrijke ontwikkelingen waren van de prehistorie tot het heden. Daarnaast verdiep je je in het ontstaan van de Republiek der Nederlanden, de recente geschiedenis van Duitsland, de Koude Oorlog en het ontstaan van de Nederlandse staat. Op vwo-niveau onderzoek je bovendien hoe de verlichting en de democratische revoluties ons denken en de vorming van onze staat hebben beïnvloed.

Geschiedenis is overal om je heen te vinden. Daarom gaan we ieder jaar ook zelf op onderzoek uit. Soms is dat in de buurt, soms moet je daar een stukje voor reizen. In 2015 zijn we in Ieper op zoek gegaan naar sporen uit de Eerste Wereldoorlog.

 

Maatschappijleer & Maatschappijwetenschappen

Alle leerlingen in de vierde klas (vmbo-tl, havo en vwo) volgen maatschappijleer. Daarnaast kun je op havo en vwo ook maatschappijwetenschappen (MAW) kiezen als examenvak!

Zoals de naam al doet vermoeden hebben maatschappijleer en maatschappijwetenschappen iets met elkaar te maken. Er zijn belangrijke overeenkomsten. Ze gaan allebei over maatschappelijke kwesties. Maar er zijn ook belangrijke verschillen. Maatschappijleer is een  soort korte inburgeringscursus voor jongeren: de basiskennis die je moet hebben als jonge burger in onze samenleving. Iedere inwoner moet iets weten over het rechtssysteem, de politiek, de participatiesamenleving en de multiculturele samenleving in Nederland.

MAW gaat veel dieper in op deze thema’s en er komen ook meer thema’s aan de orde, zoals massamedia, ontwikkelingssamenwerking en criminaliteit. Voor vwo’ers komen ook de Europese Unie en Internationale Betrekkingen, milieubeleid en globalisering en psychologie aan de orde. Zij mogen ook een voorstel doen om een bepaald thema te behandelen. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan allerlei onderzoeksvaardigheden, zoals het houden van een diepte-interview, het afnemen en verwerken van een enquête, een presentatie en een speech houden, evalueren van een film en natuurlijk discussiëren over maatschappelijke problemen. De actualiteit is het uitgangspunt voor alle onderwerpen en leerlingen geven elkaar via innovatieve leercirkels met gastsprekers lessen.

Waarom kiezen leerlingen voor MAW? 

Voorbeelden van vragen die aan de orde kunnen komen zijn: 

  1. Hebben geweld en seks op televisie en internet een slechte invloed op jongeren?
  2. Hoe kun je invloed uitoefenen op de politiek?
  3. Heeft Europa een grondwet nodig?
  4. Moeten criminelen strenger worden gestraft?
  5. Heeft ontwikkelingshulp eigenlijk wel zin?
  6. Mag de politie gebruik maken van lokpubers?
  7. Gaat veiligheid voor privacy?

 

Beeldende vorming

Art is the lie that enables us to realize the truth

Havo/vwo
Wat hebben hip hop en Rembrandt met elkaar gemeen? Waarom zou Jersey Shore nooit ontstaan zijn zonder de opera? Beeldend is een vak over vragen stellen én verbanden leggen. Soms analytisch als een wetenschapper, soms beschouwend als een filosoof. Je mag kunst mooi of lelijk vinden. Maar hoe zorg je dat je mening ook echt goed onderbouwd is? Hoe interpreteer je wat je ziet? Beeldend is boven alles een studie naar onze manier van kijken en daar is een kritische en reflectieve houding voor nodig. We bestuderen de kunstgeschiedenis en zien dat de dingen van vandaag bijna altijd een relatie hebben met de dingen van vroeger.

Naast een theoretische studie maak je ook Beeldende Producten, gekoppeld aan thema’s. Door in de huid te kruipen van een kunstenaar krijg je meer inzicht in de dilemma’s die opdoemen bij een beeldend proces. Wat wil je maken? Welke vorm past daar het beste bij? Welke opties zijn er? Je hoeft niet ‘goed’ te zijn, maar je moet vooral bereid zijn om kritisch te kijken naar je eigen handelen.

 

Lichamelijke opvoeding

2014-02-03 14.39.33In de examenklassen organiseren wij een SportOriëntatie Keuzeprogramma. Je kunt dan kiezen om te gaan boksen bij sportschool Frisia of naar Pitch&Putt of naar sportschool URSUS voor fitness, kickfun of spinning of te squashen in de Sportcitadel of … Kortom een scala aan andere activiteiten dan wat je in de jaren ervoor hebt gehad, al kun je daar ook gewoon voor kiezen.

Uiteindelijk sluit je Sport&Spel met een Voldoende of Goed af, wat op je examenlijst wordt gezet, je krijgt dus geen cijfer. In het verlengde hiervan word je tijdens je hele schoolloopbaan op !mpulse gewaardeerd met een G voor Goed, een V voor Voldoende en heel soms een O voor Onvoldoende, maar daar moet je wel je best voor doen. Ons streven is het namelijk om je enthousiast te maken om te bewegen, op welke manier dan ook, tot je 88 bent. Dat lukt het beste om je te belonen om uitdagingen aan te gaan, je grenzen te verkennen en mogelijk te verleggen.

Contact